Vaak heb je er geen oog voor en daarom zie je ze eigenlijk bijna nooit, maar soms schieten ze als paddestoelen uit de grond.

We zijn geneigd om dieren en zelfs planten, virussen of schimmels trekjes toe te dichten die wij als menselijk bestempelen. Paddestoelen komen vaak voor in groepjes, waarbij wij ze niet zien als de vruchten van één organisme maar als een groepje van individuen die gezellig bij elkaar staan. We stellen ons voor dat ze staan te keuvelen zonder kennis van zaken of dat ze redeloos staan te kletsen. Het zijn tenslotte zwammen. We dichten ze een mythische rol toe omdat we ze soms in heksenkringen aantreffen en omdat ze in donkere wouden opduiken waar  tovenaars, kabouters, en trollen rondwaren.

Paddestoelen lijken in Nederland een voorkeur te hebben voor de herfst, de tijd van verval waardoor ze een somber melancholiek imago hebben, hoewel ze zich mooi en lief en lekker kunnen voordoen. Ze kunnen verleidelijk zijn door hun warme volle smaak, zoals het eekhoorntjesbrood of de mysterieuze truffel. Ze kunnen imponeren door hun statige houding, door de fluwelen texturen of  door hun  fraaie uiterlijk met zachte tot felle herfsttinten. Ze kunnen onverwacht dodelijk zijn door hun gif gepaard aan een misleidend uiterlijk. Ze kunnen een hallucinerende werking uitoefenen bij consumptie, van aangenaam verhelderend tot luguber en angstaanjagend.